opdrachten.jpg

6 tips om bijzonder talent op het spoor te komen

Vandaag met mijn bord op schoot voor de buis. Ik val midden in een discussie van ‘De Wereld Draait Door’:

Geen korfbal meer…
“Als je niet vanaf je vierde al schaatst, wordt je nooit meer kampioen.”
‘Dat is helemaal niet waar. Ik zat eerst op korfbal. Had daar geen talent voor. Maar bleef vanwege mijn vriendje.’
Van Niekerk: “Jij korfbal? Was dat gezellig?”

…maar schaatsen
Olympisch schaatskampioen Stefan Groothuis:
‘Met een intervaltraining werd ik opeens fanatiek. Een paar jaar natuurijs in de winter. Pas toen werd ik door schaatsen gegrepen. Ik dacht: dit is niet (meer) te doen. Maar al is die ijsbaan 60 kilometer verderop. Doe het! Het kan wèl….”

Van tutu naar roeispaan
Ook Marieke Keijser zit bij DWDD aan tafel. Zij ging van balletstudio naar roeibaan. En werd dit jaar derde bij het WK Roeien voor Junioren.

Toptalent
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Ik wist niet dat ik het in me had
Aanleiding voor deze discussie is een campagne van NOC*NSF. Zij wil 1000 topsport talenten vinden tussen 12-18 jaar.

Gekeken wordt naar talent dat een specifieke sport nog niet beoefent. Ik vind dat wel bijzonder. Waar je dat talent kan vinden, is onbekend. Hoe dat talent in iemand wordt aangeraakt, weet je ook nog niet.

‘War on talent’
Het begint bij mij te kriebelen. Wat kunnen we van dit initiatief leren? Als we de voorspelde schaarste aan talent straks zó gaan invullen. Daar wil ik bij zijn. Ik zie parallellen.

Doe je voordeel met deze 6 tips om bijzonder talent aan te boren:

1. Doe het samen
NOC*NSF kan niet onder ieder dak kijken waar dat andere talent zich bevindt. Dat hoeft ook niet. Nu kijkt iedereen voor hen uit naar talent. Dat doen mensen graag. Misschien dragen zij wel een nieuwe Olympisch kampioen aan.

Als iedere manager in een organisatie dit zou doen? Dan ontwikkel je een organisatie samen:
“Ik zie zijn toptalent. Maar zijn competenties zijn niet meegegroeid met zijn kennis. Dit is een glazen plafond. Hij draait nu mee met een project bij het theater. Kan hij experimenteren. Hun projectleider geeft feedback op zijn gedrag. In ruil voor zijn inhoudelijke bijdrage.”

2. Werk aan bewustzijn van talent
“Toeval bepaalt vaak of je een bepaalde sport gaat doen. Je volgt vrienden. Of je kiest een sportclub dichtbij.”
Een goede hockeyster van nu, kan Jong Oranje rugby zijn. Het is moeilijk om zo naar jezelf te kijken. Daar kom je achter, als anderen je daar attent op maken. En je het gaat uitproberen.

“Ik heb een accountmanager zich keer op keer zien verbijten bij zijn beoordeling. Inhoudelijk was hij sterk. Maar zijn klanten misten het gevoel dat zij begrepen werden. Nu is hij een uitstekende senior business controller met diepe kennis van de business.”

3. Kijk niet naar wàt iemand doet, maar hóe hij het doet
Rechtstreeks de jongeren benaderen:
”Ben jij lekker lang en sterk? Of juist snel en explosief? Heb je een heel lange adem? Ben je gehandicapt en erg sportief?”
NOC*NSF doet ook een appèl op gymleraren. Die zien kinderen iedere week sporten. Die weten waar ze goed in zijn. En welke sporten daarbij horen. Talent scouters bij uitstek.

De afgelopen jaren wordt minder risico genomen bij het vervullen van vacatures. Er wordt vooral gekeken naar wat iemand al kan. Daar wordt op gematcht. Het andere geluid is:
“In jouw CV zien we dat jij ervaring hebt met onze business. Je hebt als oud-personeelsadviseur oog voor de menselijke kant. Wij denken dat jij een goede aanvulling bent voor ons ICT team. Hoewel je geen ervaring hebt met ICT.”

4. Creëer een vindplek
De campagne van NOC*NSF duurt bijna 3 weken. En sluit af met een Olympische Talentdag op 2 november. Een duidelijk proces met heldere uitgangspunten.

Andersoortig talent moet weten waar ze nodig zijn. Maar grote organisaties staan met de rug naar buitenstaanders toe. De buitenwereld komt en gaat via de afdeling Communicatie. Een online marketeer vindt dit een gemiste kans:
“Met social media is iedereen communicatie adviseur, account manager en klachtenafdeling tegelijk. Ook als je in de back office zit. Je werkplek is de wereld. En je concurrent is Google.”

5. Maak het klein
1000 talenten is maar 2,48 persoon per gemeente.

“Bestaande processen hoef je niet open te breken. Hou het klein. Maak tijd voor iemand met een andere invalshoek. Bij bepaalde proposities of projecten. Dat verrijkt het bestaande repertoire. Dat moeten mensen leren.”
Klanten willen ook meer inspraak. En interactie. Zo bereid je je als organisatie voor op nieuwe manieren van werken.

6. Laat mensen wat beleven
“Ontdek of de Spelen ook voor jou zijn weggelegd. De Olympische Spelen zijn dichterbij dan je denkt.”
Hiermee stimuleer je kinderen het onbereikbare te ambiëren. En een gehandicapte nooit gedachte stappen te zetten. Paralympisch Kampioene Bibian Mentel heeft het sprookje ook waargemaakt.

Een team van een adviesbureau deed een oproep voor contact met een kunstenaar bij ‘Durf te Vragen’ (een Twitter account om verzoeken te posten):
“Wij wilden onze tender een bepaalde beleving meegeven. We wisten dat onze klant tevreden is met onze inhoudelijke expertise. Maar we wilden meer van onszelf laten zien. Daar heeft Wil ons toe uitgedaagd.”

Op weg van school naar huis
Heel wat topsporters zijn laat begonnen of via een heel andere sport ingestroomd. Profwielrenner Bauke Mollema ontwikkelde zijn talent pas als tiener. Hij moest dagelijks vele kilometers naar school fietsen.

Ken jij toptalent?
Schuw dan niet om de sporters te attenderen op 2 november. Heb jij een vindplek bij grote organisaties voor andersoortig talent? Geef mij dan een seintje door hier te klikken. Dan laat ik mijn contacten daar met een gerust hart achter.

Britta Bouma – Hidden Values