opdrachten.jpg

Victorie kraaien over het verlaten van je eigen Apenrots

Vorige week had ik een merkwaardige ontmoeting. Met een ‘investment banker’ uit een vorig leven. Hij deed nu alleen nog maar leuke dingen, zei ie. Tweede keer getrouwd. Nog jonge kinderen. Dat hield hem scherp.
Happy go lucky-

Hij vertelde over zijn initiatieven met nieuwe technologie. Hij helpt jonge bedrijven een goede financiële basis te leggen. En zorgde voor toegang tot externe partijen. Ik hing weer aan zijn lippen.

“Wat een goed boek”
Hij vroeg of ik het boek ‘Dit kan niet waar zijn’ van Joris Luyendijk al had gelezen.
“Nee, ik heb hem wel in Tegenlicht gezien, een week geleden. En zijn blogs in de Guardian.”

“Nee, het boek is veel beter. Dat moet je echt lezen.”
En weg was hij.

Momentum
Ik realiseerde me de volgende dag dat ik een kans heb laten liggen. Ik had hem moeten vragen: “Hoe kijk jij nou naar je oude zelf, vanuit dit nieuwe perspectief?”

Ik had graag verwarring in zijn ogen gezien. Hem horen vergoelijken dat hij zelf ook uit de ruif had gegeten. Dat het andere tijden waren.

Waarom…?
Het is eigenlijk heel raar dat hij victorie loopt te kraaien over dit boek. Terwijl hij zelf indirect ook onderwerp van gesprek is.

Hoofd 1 vraagteken

Normaal ben ik behoorlijk ad rem. Waarom deze bewustzijnsvernauwing? Ik heb niet eens doorgevraagd; waarom hij het een goed boek vond.

“Waarom niet?”
Dat houdt me al een paar dagen bezig.

Alfa mannetje
Er is iets waardoor ik het initiatief uit handen gaf. Was ik onder indruk van wie hij is? Nee, te veel lucht naar mijn smaak. Wil ik kijken of ik business met hem kan doen? Ook niet, want zijn manier van doen is niet de mijne.

De oorzaak houd ik op een oud patroon. Uit de tijd dat ik nog in de dertig was. Toen ik het schaakspel nog niet goed begreep.

Schaakstukken

Complexiteit te lijf
Luyendijk houdt ervan om ingewikkelde onderwerpen bij de hoorns te vatten. Daar weet hij zelf in eerste instantie nog niet veel van af. Hij gaat bij insiders te rade om antwoorden te krijgen. Via de vragen achter de vraag, komt hij tot de meer fundamentele antwoorden.

Beginnersvragen
Met elektrische auto’s was zijn vraag: “Is dit een goed idee?”

In de financiële wereld in Londen’s City zijn dat:
“Hoe kunnen deze mensen (die de financiële crisis in 2008 hebben veroorzaakt) met zichzelf leven?”
“Wat is er voor nodig dat mensen het niet meer pikken?”

Ontluisterend
Luyendijk’s conclusies zijn ontluisterend. In 2008 is het wereldwijde financiële systeem bijna onderuit gegaan. Dankzij heel veel belastinggeld zijn de banken overeind gebleven.

In de City is ‘business as usual’
Ze hebben daar niets geleerd. Er wordt nu gedaan of het een rimpeling is geweest. De bonuscultuur viert weer hoogtij. Er is zelfs geen schuld- of schaamtegevoel.

Maar ook bij het publiek
Men is laconiek. In het najaar van 2008 was er angst wat er allemaal niet kon gebeuren. Dat is langzaam weggeëbd. Het gevoel van “Dat hebben we ook weer overleefd!” overheerst nu. Mensen kunnen de financiële wereld moeilijk doorgronden. Het is te abstract voor ze.

Wie zijn de boosdoeners?
Investment bankers oftewel de zakenbankiers. Zij arrangeren aandelen of obligatie emissies. Of ze handelen in een dealingroom en/of speculeren met bepaalde posities. Deze topatleten zijn transactioneel focused. Die gaan primair voor de beste deal voor henzelf. Of hun vrienden.

Collega’s in commerciële banken zijn relatiebeheerders. Die kijken meer naar de lange termijn en de relatie met de klant. Zij krijgen geen extreme bonussen. Veruit de meeste mensen werken in deze laatste omgeving.

Hoe is dat in Nederland?
Ook hier zeg je op een verjaardagspartij niet meer dat je bij een bank werkt. Ons banksysteem heeft in de crisis ook majeure steun van de overheid gekregen.

Maar ons systeem is anders. Nederlandse zakenbankiers kunnen niet in vijf minuten op straat gezet worden. De Nederlandse beloning is ook minder excessief dan bij onze overburen. Die combinatie, korte termijn belangen en ronduit perverse beloningsprikkels, maken het systeem in de City explosief. En de effecten daarvan waaien zo het Kanaal over.

Geen gesprek maar wegpesten
Als mensen in Nederland niet meer de gewenste trainingstijden haalden, kon je iemand niet gemakkelijk ontslaan. Wat deed je dan als je iemand snel kwijt wilde?

Achterin de gang

“Hij zit nu aan het eind van de gang in een kamer die uitkijkt op een dode muur. Wanneer gaat hij begrijpen dat hij weg moet? De volgende stap is de bezemkast.”

Omgekeerd evenredige satisfactie
Geld corrumpeert. Ik herinner me afzwaaiers uit een traineeprogramma die gestationeerd werden op de topatleet afdelingen. Die in jaar 1 een bonus van €20.000 kregen. In jaar 2 verwachtten ze minimaal €30.000. En in jaar 3 wel €50.000. Toen dat tegenviel scandeerde een van hen: “Die jodenfooi hoef ik niet.”

Zo komen mensen niet binnen. Zo worden ze gemaakt. Omdat iedereen rondom een pot met geld staat te dansen. En het allemaal normaal lijkt. De beperkingen in Nederland met de bonussen helpen bij meer realiteitszin.

Onze mond opendoen
Wat wel of niet acceptabel is bij het hebben van succes? Daar zijn we de laatste jaren wel anders over gaan denken. Delen is het nieuwe graaien. En het maatschappelijk belang heeft nadrukkelijk een plek gekregen.

We willen elkaar op het goede spoor houden? Dan moeten we dit morele kompas met elkaar blijven delen. En dat betekent: je mond opendoen. En zeggen wat jíj ervan vindt. Niet anoniem. Dat is voer voor populisme.

Het masker mag af
De nieuwe generatie wordt kritischer. Ik wens iedere zakenbankier een stukje van dit nieuwe elan. In de vorm van eerste, tweede of derde leg. Iedere ochtend een speldenprikje bij het ontbijt. Dan blijft hun masker los zitten.
Man met masker

Spannende camera opstelling
Als hekkensluiter toch een lans voor het boek ‘Het kan toch niet waar zijn’. Luyendijk zet de camera precies tussen licht en donker neer.

De mensen in het donker kunnen er niet om heen om hun menselijke kant te laten zien. En de gewone mensen die niets van de financiële wereld begrijpen, kunnen snappen wat er in het donker gebeurt.

Nieuwe haaien buiten de financiële kom
Dat morele kompas gaan we in de toekomst nog hard nodig hebben. In deze disruptieve tijd kunnen bedrijven van nog geen paar jaar oud, reuzen van meer dan honderd jaar omver duwen. Daar komen ook perverse prikkels achter vandaan.

We kunnen denken: “dan moet de wal het schip maar keren”. Maar als we onze persoonlijke opvattingen leren stapelen met het nodige cement. Dan staat onze publieke opinie als een huis. Dan moet je een hard hoofd hebben om door die muren heen te breken.

Britta Bouma – Hidden Values